Waarom raken zoveel leiders verstrikt in de verwachtingen van hun team?
Waarom voelen ze de druk om altijd beschikbaar te zijn, de sfeer te bewaken en iedereen tevreden te houden?
Ik praat er dagelijks over met leiders.
Ook met de doorgewinterde directeuren – mannen en vrouwen.
Veel leiders zien dienend leiderschap als de heilige graal.
Maar vullen het in mijn ogen verkeerd in.
Ze vertalen ‘dienen’ als: continu met je aandacht bij de ander zijn.
Antennes uit, inspelen op behoeften, faciliteren tot je erbij neervalt.
En voor ze er erg in hebben, ontstaat een dynamiek waarin ze altijd maar ‘aan’ staan voor hun team.
Ik snap heel goed dat leiders op deze manier hun team faciliteren.
Het heeft ze vaak ook veel gebracht.
Dikwijls zijn ze er zelfs voor beloond, via medewerkerstevredenheidsonderzoeken of promoties.
Maar er schuilt een gevaar in deze vorm van dienen.
Want als je jouw leiderschap laat afhangen van de verwachtingen om je heen, word je een speelbal van de situatie.
Niet solide, maar reactief.
Niet leidend, maar volgend.
Het resultaat?
Je verliest de koers uit het oog.
Leiderschap gaat niet over pleasen.
Het gaat niet over jezelf wegcijferen.
Het gaat over richting geven en zorgen dat anderen daarin kunnen meegaan.
Dat laatste lukt alleen als jij stevig staat.
Je moet verbonden met jezelf zijn, zodat je weet waar je voor staat.
Pas dan kun je je echt verbinden met de ander.
Zonder die stevigheid ga je geheid verleiden en pleasen, en maak je niet half de impact die je als leider zou kúnnen maken.
Dáár begint leiderschap.
Sta je stevig, dan kunnen mensen op je bouwen.
Dan geef je niet alleen ruimte, maar ook richting.
Dus stel jezelf eens de vraag:
Ben jij écht aan het leiden?
Of ben je vooral aan het voldoen?